Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Eiser houdt op een complex van woonboten de basisinfrastructuur in stand. Zij functioneert als een ‘boek-5 BW Vereniging van Eigenaars’ maar is een vereniging zoals bedoeld in artikel 2:26 BW . De aangesloten leden zijn volledig gerechtigden en geen appartementseigenaar zoals bedoeld in art. 5:106 lid 5 BW. Gedaagde, eigenaar van een kavel binnen het complex, zegt het lidmaatschap op. Eiser stelt dat doordat gedaagde geen bijdrage betaalt aan de kosten van instandhouding van de basisinfrastructuur, gedaagde ongerechtvaardigd wordt verrijkt. Eiser vordert schade ter grootte van de contributie zoals de leden betalen. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 3123401 UC EXPL 14-8831 RW/1368

Vonnis van 4 maart 2015

inzake

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

Vereniging van Eigenaars van Waterbungalows in de Watertuin te Wilnis,

gevestigd te Wilnis,

verder ook te noemen Watertuin,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand N.V.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van Watertuin,

de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van [gedaagde],

de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van Watertuin,

de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van [gedaagde],

de conclusie van dupliek in reconventie van Watertuin.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

Watertuin behartigt de belangen van bewoners en eigenaren van zeventig woonboten, watergangen, een woonhuis en omliggende percelen grond met waterwegen (hierna: het complex). Watertuin is een vereniging als bedoeld in artikel 2:26 e.v. BW en geen vereniging van eigenaars zoals bedoeld in artikel 5:124 e.v. BW. De aangesloten leden zijn volledig gerechtigden en geen appartementseigenaar zoals bedoeld in artikel 5:106 lid 5 BW . De omliggende percelen grond en waterwegen zijn grotendeels eigendom van Watertuin.

2.2.

Watertuin verzorgt onder andere, kort samengevat, het onderhoud van de brug via welke de bewoners hun kavel kunnen bereiken, de aanleg en het onderhoud van de asfaltpaden en de straatverlichting op het complex, het onderhoud van de riolering vanaf de aansluiting van de woonboten en het woonhuis tot de pomp van de gemeente, het onderhoud, waaronder het baggeren, van de watergangen, het onderhoud van de damwanden en de centrale afvoer van huisvuil vanaf de woningen op het complex naar het inzamelpunt op de hoofdweg.

2.3.

De hoogte van de jaarcontributie van het lidmaatschap van Watertuin bedraagt over 2013 en over 2014, € 840,00 per lid per jaar.

2.4.

[gedaagde] is eigenaar van een kavel met woonark binnen het complex. Bij het aangaan van het lidmaatschap heeft [gedaagde] € 177,00 aan borg betaald. [gedaagde] heeft zijn lidmaatschap van Watertuin opgezegd per 1 januari 2013. De door Watertuin verstuurde factuur betreffende de jaarcontributie over 2013, ter grootte van € 840,00, heeft [gedaagde] onbetaald gelaten.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Watertuin vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan Watertuin van:

a: € 840,00, te vermeerderen met primair de wettelijke rente plus twee hele basispunten, subsidiair de wettelijke rente, vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening,

b: € 210,00 voor ieder kwartaal, met ingang van 1 januari 2014 tot en met het kwartaal waarin dit vonnis wordt gewezen, te vermeerderen met primair de wettelijke rente plus twee basispunten, subsidiair de wettelijke rente, vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening,

c: € 178,50 ter zake van buitengerechtelijke kosten,

2. voor recht te verklaren dat [gedaagde], zolang hij (i) eigenaar is van een woonark met grond, opstallen en water waarvoor de basisinfrastructuur gebruikt moet worden en die in stand wordt gehouden door Watertuin en (ii) geen lid is van Watertuin, een vergoeding verschuldigd is aan Watertuin ter hoogte van de jaarlijks door de Ledenvergadering vast te stellen jaarcontributie en dat [gedaagde] in vier gelijke bedragen bij vooruitbetaling per kwartaal is verschuldigd,

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2.

Watertuin baseert haar vordering primair op schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking zoals bedoeld in artikel 6:212 BW. Ter onderbouwing van die primaire grondslag voert Watertuin aan dat zij tot taak heeft de basisinfrastructuur van het complex in stand te houden, zonder welke bewoning van het complex niet mogelijk is. [gedaagde] maakt gebruik van die basisinfrastructuur, maar betaalt daarvoor geen vergoeding aan Watertuin. Op die grond wordt [gedaagde] ongerechtvaardigd verrijkt en Watertuin voor eenzelfde bedrag verarmd. De hoogte van de gevorderde schadevergoeding komt overeen met de jaarcontributie zoals die door de leden van de vereniging, zijnde de bewoners van het complex, wordt betaald. Subsidiair baseert Watertuin haar vordering op een toerekenbare tekortkoming zoals bedoeld in artikel 6:74 BW , omdat [gedaagde] bij verwerving van zijn woonark een verplicht lidmaatschap heeft aanvaard. Op grond van artikel 6:253 BW kan Watertuin zich op dat beding beroepen. Nu [gedaagde] het lidmaatschap van Watertuin in weerwil van dat beding heeft opgezegd, is hij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de lidmaatschapsverplichting en dient hij de schade, ter grootte van de genoemde contributie, aan Watertuin te betalen. Watertuin maakt aanspraak op de wettelijke rente plus twee basispunten, althans de wettelijke rente, en de buitengerechtelijke kosten nu [gedaagde] in verzuim is geraakt, respectievelijk Watertuin de vordering uit handen heeft moeten geven.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Onder de basisinfrastructuur valt volgens [gedaagde] het pad, de brug, het groen en het riool. [gedaagde] erkent dat hij voor de instandhouding daarvan een vergoeding aan Watertuin dient te voldoen, door hem becijferd op € 297,00 per jaar. Volgens [gedaagde] is hij echter niet gehouden tot het betalen van een vergoeding voor werkzaamheden die buiten de instandhouding van de basisinfrastructuur vallen, zoals ten aanzien van de damwanden, het baggeren van de sloten en de afvoer van het huisvuil vanaf de kavels naar de inzamelplaats aan de hoofdweg. Evenmin acht [gedaagde] zich gehouden tot het meebetalen aan het vervangen van de buitenkranen, omdat die buitenkranen in privé toebehoren aan de eigenaren, en het schoonmaken van de groene huisvuilcontainers, omdat hij van die dienst geen gebruik wenst te maken. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Watertuin in de proceskosten.

In reconventie

3.4.

In reconventie vordert [gedaagde] terugbetaling van de door hem aan Watertuin betaalde borgsom van € 177,00, omdat zijn lidmaatschap van Watertuin is geëindigd.

3.5.

Watertuin voert verweer en stelt dat de borgsom niet is gekoppeld aan het lidmaatschap, maar aan de afrekening van de nutskosten bij vertrek van een lid. Voor zover [gedaagde] aanspraak kan maken op terugbetaling, beroept Watertuin zich op haar opschortingsrecht, zolang [gedaagde] de schadevergoeding zoals gevorderd in conventie niet aan Watertuin heeft voldaan.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

[gedaagde] bewoont het complex en maakt gebruik van de basisinfrastructuur die in stand wordt gehouden door Watertuin. Dat [gedaagde] daarvoor een bepaalde bijdrage dient te voldoen is niet in het geding. Wel betwist [gedaagde] dat die bijdrage hetzelfde bedrag is als het bedrag van de contributie, hetgeen de kern van het geschil in conventie vormt.

4.2.

Omdat [gedaagde] geen lid meer is van Watertuin, valt het verband tussen de kosten van de uit te voeren beheerstaken van het complex door Watertuin, dat tot uitdrukking komt in de contributie, en de hoogte van de te betalen bijdrage door [gedaagde] weg. De opzegging van [gedaagde] is een feitelijke beëindiging van de overeenkomst met Watertuin. De kern van het verweer van [gedaagde] is dat hij zich alleen gehouden acht een vergoeding te voldoen voor de collectieve basisinfrastructuur waarvan hij zelf gebruik maakt en profiteert, en waarvan hetgeen in rekening wordt gebracht redelijk is. Zijn verweer in dit opzicht richt zich ten eerste op het uitvoeren door Watertuin van het onderhoud van de damwanden, het in samenhang met de damwanden behorende waterpeilbeheer, het baggeren van de sloten en het inzamelen van het huisvuil. De kantonrechter zal die onderdelen eerst beoordelen.

4.3.

Watertuin voert aan dat de damwanden ten behoeve van het complex circa 30-35 jaar geleden zijn geplaatst en toe zijn aan renovatie. De damwanden dienen om het omliggende waterpeil van de polder te kunnen laten zakken en het waterpeil van het complex in stand te laten. Indien het waterpeil in het complex zou zakken tot dat van de polder, zou dit volgens Watertuin tot gevolg hebben dat de woonarken op kleiruggen zouden kunnen komen te rusten, waarvan niemand weet waar deze zich precies bevinden. Als dat gebeurt is de kans groot dat de woonarken zeer ernstig beschadigd worden. [gedaagde] voert daartegen aan dat het eigendom van de damwanden niet bij Watertuin ligt en Watertuin dientengevolge niet voor de kosten van onderhoud en renovatie zou hoeven op te draaien, en daarnaast dat de damwanden alleen tot nut dienen van de bewoners van woonarken met een aanbouw.

4.4.

De vraag of Watertuin al dan niet eigenaar van de damwanden is staat los van de vraag of [gedaagde] profiteert van het bestaan van de damwanden en het bijbehorende (hogere) waterpeil. Gezien de uitgebreide en feitelijke onderbouwing van Watertuin, die [gedaagde] niet weerspreekt, is het collectieve belang en daarmee het belang van [gedaagde] ten aanzien van de damwanden voldoende komen vast te staan. De enkele stelling van [gedaagde] dat een hoog waterpeil alleen ten goede komt aan woonarken met een aanbouw onderbouwt [gedaagde] niet, reden waarom de kantonrechter, gezien het betoog van Watertuin, aan die stelling voorbijgaat. Het verweer van [gedaagde] op dit punt slaagt op grond van het voorgaande niet.

4.5.

Tussen partijen is de noodzaak van het baggeren van de watergangen niet in het geding. Watertuin betoogt dat er geen andere mogelijkheid is dan dit collectief te doen, omdat door de stroming van het water de bagger door de watergang, en daarmee over de kavels van de bewoners, verschuift. [gedaagde] betwist niet de noodzaak tot collectiviteit, maar stelt dat de eigenaren van de kavels zelfstandig moeten kunnen beslissen door wie zij dat baggeren willen laten uitvoeren. Op zichzelf is dat standpunt van [gedaagde] juist, maar dat doet er niet aan af dat het baggeren op dit moment wordt uitgevoerd door Watertuin en niet gesteld of gebleken is dat een meerderheid van de bewoners het baggeren zelf ter hand wenst te nemen. Het verweer van [gedaagde] op dit punt slaagt niet, omdat de uitgevoerde of uit te voeren baggerwerkzaamheden mede tot zijn voordeel strekken.

4.6.

Volgens [gedaagde] is het ophalen van huisvuil vanaf de kavels van het complex naar de inzamelplaats aan de hoofdweg, waarna het huisvuil wordt opgehaald door de gemeente, een luxe en derhalve geen onderdeel uitmakend van de basisinfrastructuur. Watertuin betoogt dat de feitelijke situatie op de hoofdweg de plaatsing van zeventig individuele rolcontainers onmogelijk maakt. Dit weerspreekt [gedaagde] niet, waardoor de noodzaak tot een collectieve aanpak van de manier van ophalen van huisvuil zoals Watertuin die uitvoert is komen vast te staan. Daar komt bij dat [gedaagde] een rolcontainer aan de gemeente heeft gevraagd, maar die aanvraag is afgewezen op grond van de afspraken die de gemeente met Watertuin heeft over de inzameling van het afval. Omdat [gedaagde] niet in staat is om deze taak buiten het collectief uit te voeren, slaagt zijn verweer op dit punt niet.

4.7.

[gedaagde] voert verder aan dat het vervangen van de buitenkranen en het periodiek laten schoonmaken van de groene bio-containers door Watertuin niet tot de basisinfrastructuur behoort, maar stelt niet tot welke vermindering van zijn bijdrage die omstandigheden zouden moeten leiden. Omdat voorshands die kosten van ondergeschikt belang lijken, heeft [gedaagde] zijn verweer op deze punten onvoldoende gemotiveerd. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij.

4.8.

Ten aanzien van de uitgaven van Watertuin stelt [gedaagde] dat het bestuur een bovenmatige, zelfs buitensporige vergoeding krijgt, dat de begrote uitgaven voor de brug in 2021 te hoog zijn, dat onterecht geld wordt gereserveerd voor de wateraansluiting en het hekwerk omdat dit een privéaangelegenheid betreft, en dat Watertuin € 70.000,00 heeft uitgegeven aan transport, opslag en vergunningen na het baggeren. Daarnaast stelt [gedaagde] de post voor de opritten van de garages op € 15.000,00 voor een periode van zeven jaar.

4.9.

Dat er kosten moeten worden gemaakt voor het bestuur van een vereniging met een taak zoals Watertuin is onontkoombaar. De bestuurskosten die uit de financiële verantwoording blijken, komen, gezien in relatie tot de omvang van het complex, de kantonrechter niet bovenmatig voor. Bovendien heeft Watertuin nader onderbouwd voor welke specifieke kosten voor het bestuur de onkostenregeling is bedoeld. In die omstandigheden kan [gedaagde], zonder nadere toelichting, niet volstaan met het uitsluitend halveren van de bestuurskosten in zijn berekening. [gedaagde] heeft zijn betwisting op dit punt, nu hij niets anders heeft aangevoerd, onvoldoende gemotiveerd. Dit brengt mee dat is komen vast te staan dat de bestuurskosten zoals Watertuin die vergoed, redelijk zijn.

4.10.

Ten aanzien van de kosten voor de brug voert [gedaagde] aan dat de begrote uitgaven voor de brug in 2021 te hoog zijn. [gedaagde] onderbouwt die stelling echter niet, en ook voert hij niet aan hoe hoog die begrote kosten dan wel zouden moeten zijn. Ook zijn stelling dat het hekwerk en de wateraansluitingen niet in de begroting zouden moeten worden meegenomen omdat dit een privéaangelegenheid betreft, voorziet [gedaagde] niet van enige toelichting. Evenmin voert [gedaagde] aan wat hij met zijn vaststelling dat Watertuin € 70.000,00 heeft uitgegeven aan transport, opslag en vergunningen na het baggeren, beoogt. Ditzelfde geldt voor zijn stelling dat de post voor de opritten en garages € 15.000,00 zou moeten zijn. Omdat [gedaagde] zijn verweer op deze punten onvoldoende heeft gemotiveerd, gaat de kantonrechter aan genoemde stellingen voorbij. Dit brengt mee dat de kosten op deze punten als redelijk zijn te beschouwen.

4.11.

Het voorgaande brengt mee dat is komen vast te staan dat de taken zoals Watertuin die uitvoert zien op instandhouding van de basisinfrastructuur waarvan [gedaagde] profiteert, en dat de uitgaven en kosten van Watertuin als redelijk zijn te beschouwen. Uit de financiële verantwoording die Watertuin heeft overgelegd, blijkt dat de contributie inkomsten uitsluitend worden besteed aan de taken zoals genoemd ten behoeve van het complex. Daaruit volgt dat [gedaagde], indien hij minder dan een bedrag ter hoogte van de contributie zou bijdragen, voor dat verschil verrijkt zou worden. Voor die verrijking bestaat op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, geen rechtvaardiging. Tegenover de verrijking van [gedaagde] staat een verarming van Watertuin, voor eenzelfde bedrag. Om die reden zal de primaire vordering voor wat betreft de hoofdsom en de verklaring voor recht worden toegewezen.

4.12.

[gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag gelijk aan de jaarcontributie over 2013 en over 2014, in totaal € 1.680,00. Dit vonnis wordt gewezen in het eerste kwartaal van 2015, waardoor [gedaagde] tevens zal worden veroordeeld tot betaling van € 210,00 over het eerste kwartaal van 2015. Per 1 april 2015 zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van een bedrag ter grootte van de contributie van Watertuin, per eerste datum van elk volgend kwartaal.

4.13.

Nu de primaire vordering wordt toegewezen, behoeft het subsidiair gevorderde geen verdere bespreking.

4.14.

Watertuin baseert haar vordering voor wat betreft de wettelijke rente plus twee basispunten op haar reglement. Niet is gesteld of gebleken op grond waarvan [gedaagde] aan het reglement gebonden is, nu hij geen lid meer is van Watertuin. De als het mindere gevorderde wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. Watertuin vordert de wettelijke rente over de niet-betaalde bijdragen van [gedaagde] over 2013 en 2014 vanaf de dag der dagvaarding van 16 mei 2014, hetgeen zal worden toegewezen. De bijdrage van € 210,00 over het eerste kwartaal van 2015 is echter niet eerder verschuldigd dan 1 januari 2015. Dit houdt in dat de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 210,00 niet eerder dan per die datum zal worden toegewezen.

4.15.

De gevorderde wettelijke rente over de in de toekomst verschuldigde bijdragen zal worden afgewezen, omdat [gedaagde] met de betaling daarvan nog niet in verzuim verkeert.

4.16.

Watertuin maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, waarop het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Omdat Watertuin de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW , waarop zij zich ter onderbouwing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten beroept, niet heeft overgelegd, is in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 85 lid 1 Rv en zal de vordering op dit punt worden afgewezen.

4.17.

In conventie zal [gedaagde] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Watertuin worden begroot op:

- dagvaarding € 95,77

- griffierecht € 462,00

- salaris gemachtigde € 200,00 (2 punten x tarief € 100,00)

Totaal € 757,77

4.18.

Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op. Uit de financiële systematiek van Watertuin, waarin kosten voor de toekomst worden begroot en gereserveerd en uitgaven deels later plaatsvinden met verrekening van hetgeen is begroot, volgt dat de teveel begrote gelden ofwel teruggegeven worden aan de leden, ofwel resulteren in een lagere jaarcontributie. Als niet-lid kan [gedaagde] echter geen aanspraak maken op een eventuele teruggave, terwijl hij wel de bijdrage ter grootte van de contributie dient te betalen. De redelijkheid brengt in dit geval mee dat bedoelde teruggave aan de leden, ook aan [gedaagde] wordt verstrekt.

In reconventie

4.19.

[gedaagde] vordert in reconventie teruggave van de door hem bij aanvang van zijn bewoning van het complex en lidmaatschap betaalde borgsom. [gedaagde] betoogt dat het recht op teruggave daarvan na beëindiging van het lidmaatschap in het reglement van Watertuin is geregeld, maar dat betwist Watertuin en overigens is daarvan niet gebleken. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen de specifieke bepaling te duiden waarin het recht op teruggave volgens hem blijkt, hetgeen hij nalaat. Watertuin voert daarentegen aan dat de borgsom is bedoeld ter dekking van nutskosten bij de eindafrekening, bij het vertrek van [gedaagde] als bewoner van het complex.

4.20.

In ieder geval worden de nutskosten voor wat betreft het drinkwater door Watertuin voldaan, omdat [gedaagde] het voorschot voor het drinkwater periodiek aan Watertuin voldoet. Voorshands is daarom het standpunt van Watertuin dat de borgsom meer aan de kosten van de exploitatie is gekoppeld dan aan het lidmaatschap aannemelijk. [gedaagde] heeft geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die teruggave van de borgsom kunnen dragen voordat een eindafrekening ten aanzien van de nutskosten is opgemaakt. Om die reden zal de vordering in reconventie worden afgewezen. De nevenvordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten deelt dit lot.

4.21.

In reconventie zal [gedaagde], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Watertuin in reconventie worden begroot op € 30,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x tarief € 30,00).

5 De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Watertuin tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.890,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.680,00 van af 16 mei 2014 en over € 210,00 vanaf 1 januari 2015, tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

verklaart voor recht dat [gedaagde], zolang hij (i) eigenaar is van een woonark met grond, opstallen en water waarvoor de basisinfrastructuur gebruikt moet worden en die in stand wordt gehouden door Watertuin en (ii) geen lid is van Watertuin, een vergoeding verschuldigd is aan Watertuin gelijk aan de jaarlijks door de Ledenvergadering vast te stellen jaarcontributie voor de leden en dat [gedaagde] deze vergoeding in vier gelijke bedragen bij vooruitbetaling per eerste dag van het kwartaal waarop de vergoeding ziet, te beginnen per 1 april 2015, is verschuldigd,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Watertuin, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 757,77;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie

5.6.

wijst de vordering af;

5.7.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Watertuin, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 30,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2015.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature